De urine (2) komt de blaas binnen via de urineleiders (3) en verlaat deze uiteindelijk via de urinebuis.

Wanneer de blaas voller raakt zullen de receptoren in de blaaswand een mictiereflex uitlokken: het plasgevoel. De blaas heeft twee sluitspieren (sfincters): een die kan beheerst worden (dwarsgestreepte spiercellen) en een autonome gladde spier. Het parasympathisch (stimulerend) centrum dat de mictiereflex reguleert is gelegen in het sacraal deel (onderste deel) van het ruggemerg (medulla spinalis).
Als men zich verzet tegen dit plasgevoel stuurt men inhiberende postsynaptische potentialen naar het parasympatische zenuwstelsel, en kan men het gevoel onderdrukken en zelfs op korte termijn weer verliezen. Maar de druk op de blaaswand blijft opgebouwd worden tot men het uiteindelijk niet meer kan houden. Als het vermogen om de urine op te houden niet voldoende aanwezig is, noemt men dit incontinentie.
3) De urineleider of ureter (mv: ureteren) is de buis die loopt tussen het nierbekken en de blaas.