De parasiet is een obligaat
intracellulair levende protozo. Katten raken
besmet door het eten van vlees met kysten of
door infectueuze oocysten in te slikken. In
de cellen van de darmwand van de kat
ontstaan uit gametocyten nieuwe oocysten,
die met de ontlasting naar buiten worden
getransporteerd en nu eerst enige tijd
moeten rijpen voor ze infectueus kunnen
worden. Dit duurt van 1 tot 24 dagen,
afhankelijk van de temperatuur. Bij 24
graden, dus ruim boven kamertemperatuur, 2 a
3 dagen. Ze kunnen onder warme en vochtige
omstandigheden meer dan een jaar infectueus
blijven. De aseksuele cyclus kan plaats
vinden in elk type cel van de tussengastheer
(zoals de mens) behalve in rode bloedcellen.
Na inslikken komt er uit de ookyste een
zogenaamde 'tachyzoiet' die een gastheercel
binnendringt en zich daarin gaat delen tot
de gastheercel barst. De vrijkomende
parasieten zoeken een nieuwe cel, etc. Op
een gegeven moment gaan de tachyzoieten zich
om onbegrepen redenen niet meer delen maar
vormen weefselkysten, waarin zich 'bradyzoieten
' bevinden die zeer langzaam bewegen en een
trage stofwisseling hebben. De kysten zijn
tot 1/5 mm groot en kunnen enkele tot enkele
duizenden bradyzoieten bevatten. De kysten
kunnen in elk weefsel worden aangetroffen
maar hart, hersenen, retina en spieren zijn
het meest aangedaan.
Cysten van
toxoplasma-parasieten komen met name voor in
de uitwerpselen van een kat en in vlees van
varkens, geiten en schapen. Je kunt met deze
parasiet in contact komen door:
- de kattenbak te
verschonen als daar jonge katten in
hebben gepoept. Alle katten raken ermee
besmet, maar ze scheiden alleen cysten
uit gedurende een paar weken na de
eerste besmetting; de kysten worden pas
na 48 uur buiten het lichaam te hebben
vertoefd infectieus. Normale hygiëne en
geregeld verschonen zijn voldoende om
besmetting te voorkomen.
- te tuinieren
- rauw of onvoldoende
verhit vlees (bijvoorbeeld van de
barbecue) te eten
- ongewassen groenten
te eten (risico op besmetting met mest
van besmette dieren)
De meeste mensen merken
weinig tot niets als ze geïnfecteerd worden,
symptomen blijven uit of doen denken aan een
griepje, doch ernstige symptomen komen
zelden wel eens voor, vaak bij mensen met
een verminderde weerstand. Dit zijn
bijvoorbeeld beschadigingen aan onder andere
de hersenen en het netvlies. Enige
tientallen procenten van de bevolking hebben
antistoffen tegen de parasiet en zijn er dus
ooit mee besmet geweest. De meesten hebben
daar nooit iets van gemerkt. De infectie
blijft levenslang bestaan maar bij een
normaal functionerend immuunsysteem wordt
hij niet meer actief.