|
Dieren hebben twee
nieren, die beide bestaan uit duizende kleine functionele
onderdelen (nefronen). Deze onderdeeltjes filteren het
bloed, verwijderen afvalstoffen en behouden de juiste
concentraties aan vloeistof en mineralen in het lichaam.
Een gedeelte van deze
functionele onderdeeltjes verdwijnt naarmate de dieren ouder
worden, deze worden niet meer vervangen door het lichaam.
Nieraandoeningen zijn
lichamelijke "stoornissen" die een verdere vernietiging van
de nefronen veroorzaken. Wat weer een versnelde beschadiging
van de nieren kan veroorzaken. Er kunnen diverse oorzaken
zijn voor deze versnelde beschadiging, zoals verwondingen,
infectie en kanker.
Een gezond dier heeft
een aanzienlijke nierfunctiereserve en tekenen verschijnen
vaak pas nadat al 3/4 van de nefronen vernietigd is (nierfalen).
Nieraandoeningen komen
regelmatig voor zowel bij honden als katten. Bij een
vroegtijdige diagnose en behandeling kan de ontwikkeling van
de ziekte worden afgeremd.
Symptomen:
Factoren die de
ontwikkeling van nierfalen kunnen beinvloeden:
Zorgvuldige controle
van de opname van fosfor en eiwitten in de voeding kan
de ontwikkeling van nieraadoeningen bij honden en katten
met een verminderde nierfunctie vertragen ( Canine g/d ,
voor de hond en Feline k/d voor de kat en Canine u/d
voor honden met nierfalen in vergevorderd stadium)
Bepaalde
kattenrassen zijn gevoeliger voor nierfalen. De Main
Coon, Siamees, Abbessijn, Russisch Blauw en Burmees. Ook
bepaalde honden rassen komen nierstoornissen vaker voor.
Lhasa Apsos, Samojeed, Cocker Spaniel en Dobermanm
Pincher.
De kans op
ontwikkeling van nierfalen neemt toe naarmate honden en
katten ouder worden en verdubbelt tussen de leeftijd van
10 en 15 jaar. Daarom is het al aan te bevelen om van af
7 jaar leeftijd de dieren seniorenvoeding te geven
(verkrijgbaar bij iedere dierenspeciaalzaak en
supermarkt). In deze voeding zit minder eiwit, fosfor
en zout.
Sommige chemische
stoffen (desinfecterende fenolmiddelen. anti-vries,
loodverf) en sommige medicijnen zijn giftig voor de
nieren.
4 Stadia van
nieraandoeningen:
1. Normale nierfunctie,
alhoewel er reeds nefronen verloren kunnen zijn, kan het
dier zich aanpassen en geen symptomen vertonen.
2. Nierinsufficientie,
het dier is niet in staat om de urine te concentreren en de
dorst is toegenomen.
3. Nierfalen, giftige
afvalstoffen stapelen zich op in het lichaam, omdat de
nieren ze niet efficient kunnen afvoeren, wat
ziektesymptomen veroorzaakt.
4. Vergevorderd
nierfalen, duidelijk ziektesymptomen zijn waarneembaar, wat
uiteindelijk kan leiden tot een inzinking en de dood.
Behandeling en controle:
Dieetvoeding en
medicijnen om onder toezicht van een dierenarts de dieren
met een nieraandoening te behandelen. Zodat de
levenskwaliteit verbeterd en de ontwikkeling van de ziekte
af te remmen.
Algemene maatregelen:
Zorg voor voldoende
"vers" drinkwater. Verschoon de kattebak regelmatig want
veel drinken gaat samen met veel plasssen. De voeding moet
frequent in kleine porties worden gegeven. Indien er
medicijnen zijn voorgeschreven, is het belangrijk om de
instructies nauwgezet te volgen, ook als het lijkt of de
klachten zijn verminderd.
|