Een nefron is de basiseenheid
(zowel functioneel als structureel) van de
nier. De eerste stap is het persen van
water met opgeloste stoffen uit het bloed.
Bloedcellen en grote eiwitten blijven
hierbij achter in het bloed. Dit proces
vindt plaats in het zeeflichaampje (glomerulus),
een kluwen van haarvaten. Het vocht wordt
opgevangen in het kapsel van Bowman dat het
zeeflichaampje omhult. Vandaar stroomt het
door de lange en kronkelige nierbuisjes naar
de urineblaas. In de nierbuisjes worden voor
het lichaam belangrijke stoffen zoals suiker
weer uit het vocht gehaald en in het bloed
opgenomen. Wat overblijft wordt
uitgescheiden als urine.
De barrière tussen de haarvaten van het zeeflichaampje en de holte in de nefron bestaat uit meerdere lagen:
- het endotheel van de haarvaten.
- het basaalmembraan, een extracellulaire laag waarop epitheelcellen rusten.
- het mesangium, bestaande uit mesangiale cellen en mesangiummatrix.
- het spleetmembraan, bestaande uit podocyten, cellen met uitsteeksels die tussenliggende poriën open laten.
Het zeeflichaampje en het kapsel van Bowman vormen gezamenlijk het lichaampje van Malpighi. Het daaruit ontspringende nierbuisje (tubulus) bestaat uit vier in serie geschakelde gedeelten die elk een eigen functie hebben.
